Konrad von Friesach, werkplaats, Genadestoel, circa 1440 – 1460. Bonnefanten, NK-collectie, bruikleen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Foto: Peter Cox.
Actueel thema
Het achterhalen of een kunstwerk gestolen is of verkocht onder dwang, is in Nederland nog nooit zo actueel geweest. Zowel de Nederlandse musea als de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) zijn de afgelopen jaren steeds intensiever onderzoek gaan doen naar hun collecties. In de presentatie Kunst op drift wordt aan de hand van de kunstwerken het verhaal van dit restitutieproces verteld in drie periodes: 1900 - 1945, 1945 - 1997 en 1997 - heden.
Vanaf het moment dat de geallieerden de stukken vanuit Duitsland terugsturen naar Nederland, probeert het Rijk ze bij de rechtmatige eigenaren te krijgen via een restitutietraject. Werken die na de bevrijding niet zijn geclaimd, worden door de staat geveild of apart gezet voor musea en andere publieke gebouwen. Deze collectie wordt Nederlands Kunstbezit ofwel de NK-collectie genoemd. Bonnefanten heeft 132 werken uit de NK-collectie in langdurige bruikleen.
Sinds 2022 wordt er een nieuwe impuls gegeven aan het herkomstonderzoek naar de NK-collectie. Zo wordt ook de periode 1933-1940 erin meegenomen en gaan onderzoekers van de RCE opnieuw actief op zoek naar de rechtmatige eigenaren. Ook het Bonnefanten is verantwoordelijk voor herkomstonderzoek naar de eigen collectie. Voor nieuwe aanwinsten waarvan de herkomst tussen 1930 en 1950 onbekend is, wordt een herkomstonderzoeksprotocol uitgevoerd waarbij verschillende databanken worden geraadpleegd. Het merendeel van databases zijn publiek toegankelijk. Kunst op drift is daarmee ook een uitnodiging aan iedereen die herkomstonderzoek naar zijn of haar kunstobjecten wil doen.


