Floor Martens, from the photoseries Lijftaal, 2021
Floor Martens
Bij de Maastrichtse eindexamenpresentaties in 2019 valt Martens op met een reeks associatieve werken die van ambitie en moed getuigen. Ze toont zwartgekleurde resten gestold bloed in glazen bokalen en een vloer bedekt met (varkens)bloed, tot poeder ingedroogd, naast een intieme reeks foto’s van haar naakte lichaam; van zichzelf met vrienden; van haar ouders en grootouders; maar ook van een dood konijntje op de weg. Martens creëert hier een gelijk speelveld voor mens en dier, het mentale en fysieke en het heel persoonlijke en meest algemene. Ze vraagt zich af welke waarden dit alles voor haar vertegenwoordigt en wat hun betekenis zou kúnnen zijn.
Een indringende ervaring biedt een afgesloten ruimte, alleen te bezichtigen via een kijkgaatje. De hallucinerend wit geschilderde kamer herbergt een vosje, een fragiel wezentje, even echt als mythisch, dat (tegen beter weten in) vredig in een soort wigvormige ruif lijkt te slapen. Grote thema’s van leven en dood, verlies en transformatie resoneren in dit behoedzame, intieme werk. Dat maakt indruk en in een hoofdredactioneel commentaar noemt kunsttijdschrift Metropolis M Martens ingrepen “moderne vanitas werken”.
Voordat ze in 2018 overstapt naar Autonoom, studeert Martens aan dezelfde academie Visuele Communicatie en Material Design waar de nadruk ligt op fotografie en het aanleren van allerlei technieken en ambachten. Ze leert onder meer naaien, zeefdrukken en het bewerken van dierenhuiden. Wanneer Martens een dood konijntje voor de poort van haar ouderlijk huis vindt vallen dingen op z’n plaats. Met het achtergelaten lijkje dat ‘nog zo levend aanvoelde’ en met haar eigen lichaam en dat van anderen als bron van materiaal gaat ze processen van verandering en transformatie verkennen. Ze vilt vlees en looit dierenhuiden, experimenteert met sperma en haar eigen menstruatiebloed. Ze spint en vlecht dreadlocks van plukken haar die ze vervolgens presenteert in basale symbolische vormen. Het verwerken van organisch materiaal is aanvankelijk gruwelijk en vaak emotioneel vermoeiend maar Martens leert zichzelf, als lichamelijk wezen, opnieuw en op een andere manier ervaren en waarderen.


